De getijgerde lijmspuiter

Herfstvakantie. Terwijl de meeste leerkrachten genieten van hun welverdiende rust op een terras of in de zon, geef ik weer les aan Syrische, Spaanse, Ierse en Bulgaarse kinderen die een weekje school eigenlijk niet kunnen missen. Deze week leren we alles over de natuur. Maar echt, alles.

Ik zie Karim al een paar minuten op en neer lopen van zijn tafel naar een zoekkaart met spinnen, die aan de muur hangt. Ik zit me even af te vragen waarom hij de zoekkaart niet gewoon meeneemt naar zijn tafel, maar hij heeft zijn beweging hard nodig dus ik laat hem zijn gang gaan. Karim ziet eruit als een Disney-prins. Hij loopt, zit, praat en gedraagt zich ook zo. Glanzend, donker haar tot net boven zijn ogen, waar hij je heel schattig mee kan aankijken, behalve als hij zijn zin niet krijgt. Enigzins gefrustreerd komt hij mijn kant op. “Joeffrouw, hoe schrijven de getijgerde lijmspuiter?” Hij weet zichzelf wel uit te dagen. Ik glimlach en pak een papiertje waarop ik het voor hem opschrijf. Bij elke letter benoem ik wat ik schrijf. Dit herhaalt zich een paar keer met de meest bijzondere spinnennamen. De grote trilspin, de gewone staartspin, de tuinrenspin. Steeds benoem ik de klanken en probeer ik uit te beelden wat de namen letterlijk betekenen. 

“Joef, ik wil weten!” roept hij opeens boos. Het wordt me duidelijk dat hij het lastig vindt dat hij deze namen niet meteen kan onthouden, terwijl hij de spinnen zo interessant vindt. Ik probeer hem uit te leggen dat het hele moeilijke woorden zijn, ook voor Nederlandse kinderen. “Als je ze allemaal wil leren, moeten we heel veel oefenen” vertel ik hem. “Hoe lang?” vraagt hij ongeduldig. “Hoe lang het duurt voor je alle Nederlandse woorden kent?” Hij knikt. “Een paar jaar, denk ik” Hij schrikt “wat is paar jaar?” “Twee, drie, misschien vier jaar” vertel ik hem. Als ik hem nu vertel dat er altijd woorden zullen zijn die je niet weet, explodeert hij. Verslagen gaat hij weer terug aan zijn tafel zitten. Karim is slim, hij gaat het redden. Dat heb ik hem de afgelopen dagen al een paar keer gezegd.

Die middag hebben we een workshop jongleren. De kinderen zijn in de weer met ballen, hoeden, diabolo’s, bordjes en flowersticks. Echt lukken wil het nog niet, maar ze hebben er plezier in. Er is een onverklaarbare reden waarom ik dit vroeger heel graag deed. Blijkbaar dacht ik als kind dat het echt een life-skill zou zijn om drie ballen tegelijk in de lucht te houden. Jarenlang heb ik geoefend met drie bolletjes sokken boven mijn bed, tot ik genoeg had gespaard voor mijn eerste set jongleerspullen. Ik heb er nooit meer iets mee gedaan, laat staan dat ik er iets aan had. Tot nu.

Ik sta in de hoek van de gymzaal nonchalant met balletjes te gooien als Karim naar me toe komt. “Hoe kan jij?!” Hij is verworderd en een beetje boos tegelijk. “Lang oefenen” zeg ik. “Wat lang?” vraagt hij. “Een paar jaar. Twee, drie, misschien vier jaar.” Ik knipoog. Hij loopt weg, maar ik heb m’n punt gemaakt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s