Prangende vragen in het bos

Om echt iets te leren, moet je de school uit. Naar buiten, de omgeving in en zelf ervaren wat de juf of meester je op school heeft verteld. Zodoende ging ik mee met een uitstapje naar de bossen met groep 8. Ze hebben inderdaad veel geleerd, maar niet over de bomen, de bladeren of de grondsoort.

Een hele klas mee op uitstapje nemen vind ik als beginnend leerkracht best wel spannend. In het leger schijnt 10% te mogen sneuvelen, maar in dit geval wordt het zeer gewaardeerd als alle kinderen weer heel, vies, moe maar vooral levend weer terug komen. Ook als ze bij mij in de auto zitten. Tijdens de heenweg met drie jongens van 11/12 jaar, deed ik mijn best er een gezellig ritje van te maken. De memo dat je iemand in z’n arm moet knijpen als je een gele auto ziet heb ik even gemist maar desondanks bleef het vrij rustig. 

“Juffrouw, ben jij eigenlijk weleens dronken geweest?” vroeg mijn nieuwsgierige bijrijder. “Jazeker!” flapte ik eruit, gevolgd door een stilte die een week leek te duren. Ik was zeer benieuwd naar de doorvraag-vraag. “Hoe voelt dat?” ging hij verder. Hoe komt het toch dat ik altijd ziek ben geweest als je dit soort dingen op de PABO leert? Ik wil niet dat hij thuis tegen zijn ouders vertelt dat juffrouw Tessa een rijdende alcoholiste is. Maar ik realiseer me ook dat deze jongen over een paar jaar zelf mag drinken en maar beter voorbereid kan zijn. Daarbij lieg in principieel niet tegen kinderen. Ze zijn jong, niet achterlijk. “Het voelt alsof je geen controle meer hebt over je armen en benen” antwoord ik “je kunt niet meer zo goed nadenken over wat je doet of zegt. Het is ook lang niet altijd leuk. Sommige mensen drinken te veel, anderen helemaal niet. Als je ouder bent kun je daar zelf voor kiezen.” Zo. Heb ik daar even een mooi statement gemaakt zonder te liegen, dacht ik nog. Kom ik goed weg. 

“Heb jij weleens iets geks gedaan dan?” gaat hij verder. O God, ineens zie ik flashbacks van alle domme acties die ik ooit had waarbij de alcoholische versnaperingen de overhand hadden. De keer dat ik na een stapavond op de badkamer sliep, op miraculeuze wijze mijn rechter sok kwijt raakte of dat ik vol overgave tegen de kroegeigenaar  zei dat hij hier helaas niet meer welkom was. Ondertussen keken er zes nieuwsgierige ogen dwingend mijn kant op. “Ehh, ja soms. Ik heb bijvoorbeeld weleens gezegd dat ik naar huis ging flietsen. Ik kon het woord fietsen niet zo goed meer uitspreken.” De jongens lachen en dit is mijn gelijkmaker. Zijn we er al?

Aangekomen in het bos loop ik naast een andere leerling. “Wat ben je diep in gedachte verzonken” zeg ik tegen hem terwijl hij met z’n handen in zijn zakken naar de grond staart. “Ik lig ’s nachts wakker van een mysterie, juf” zegt hij. Kom maar op. De oneindigheid van het heelal? Het begin van de wereld? Hoe groot is de evenaar? Nee, niks van dat al. “Lana lacht steeds naar me als ik naar haar kijk, wat betekent dat?” 

Ik voel me al lang niet meer de alwetende juf die ik drie jaar geleden hoopte te worden, maar deze dag is extreem veeleisend. “Pfoeh, wat denk je zelf? Zou lachen positief zijn?” Geen slecht antwoord, toch? “Ja, we nemen volgend jaar verkering. Dus nu vind ik het wel héél verwarrend!” Ik durf niet tegen hem te zeggen dat Lana hem gewoon super leuk vindt, en dat ze nu al verkering met hem zou willen. “Ik weet het niet vriend. Zou je het aan haar durven te vragen?” Dat is mijn antwoord en daar moet hij het mee doen. Over dronken zijn kan ik best iets vertellen. Maar liefde, daar waag ik me niet aan.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s